Huisvesting

In een duivenhok moet genoeg vliegruimte zijn. Er moeten een buitengedeelte, een nachthok en broedhokjes aanwezig zijn. Als bodembedekking kan er in het nachthok zaagsel gebruikt worden. In het buitengedeelte kan zand gebruikt worden. Ook moeten er zitplekjes op verschillende hoogtes aanwezig zijn. Deze kunnen tegen de muur bevestigt worden. Zorg er ook voor dat er geen tocht aanwezig is en dat het hok goed geïsoleerd en waterdicht is. Eén koppel duiven heeft een minimale binnenruimte van 1m3 nodig. Er moet ook een badje aanwezig zijn.

 

De broedhokjes worden bij voorkeur tegen de muur aan gebouwd. De afmetingen van een broedhok moeten 65 × 50 × 40 cm zijn.

 

Het buitengedeelte/de vliegruimte kan het beste richting het zuiden gericht zijn. Zo komt er genoeg daglicht binnen.

 

Maak elke week het hok schoon. Het is verstandig om elke dag poep van zitstokken en -plankjes te schrapen.

 

U kunt er ook voor kiezen om de duiven los rond te laten vliegen. Laat ze dan de eerste paar weken na aanschaf in het hok/duiventil, zodat ze aan elkaar en het hok kunnen wennen. Zorg er wel voor dat als u kiest voor een duiventil, dat ze tijdelijk een afgesloten vliegruimte hebben. De til zelf is namelijk te klein om ze langere tijd in te houden. Zet ze daarna buiten in een hok, zodat ze aan de omgeving kunnen wennen. Als ze een keer van buiten naar binnen zijn gevlogen, zullen ze dit blijven doen. Houd er wel rekening mee dat er iets met uw duiven kan gebeuren, zoals gepakt worden door roofdieren of aangereden door een auto.

 

Voeding

Duiven moeten als basisvoerder sierduivenvoer krijgen. Voor postduiven is speciaal postduivenvoer te krijgen. Ook voor fok- en tentoonstellingsduiven is apart voer te krijgen. Tijdens de fokperiode van de jongen hebben duiven meer eiwit nodig. Ook hebben duiven grit nodig voor de spijsvertering. Daarnaast hebben ze roodsteen nodig. Als aanvulling kan er groente of fruit gegeven worden. Er moet altijd voldoende drinkwater aanwezig zijn.

Ziekten en aandoeningen

Een duif kan veel verschillende ziekten en aandoeningen krijgen. Hier leest u over een paar voorbeelden van de meest voorkomende vormen.

 

Luis: Er zijn verschillende soorten luis die een vogel kan krijgen. Bloedluis en veerluis komt heel veel voor bij vogels. Bloedluis zit overdag verstopt in gaten en kieren en komt tevoorschijn zodra de vogels gaan slapen. Dan gaan de luizen bloed zuigen. Veerluis leeft op de vogel zelf. De vogels krijgen hier jeuk van en kunnen in ernstige gevallen verzwakt raken omdat ze weinig bloed in hun lichaam hebben. Voor het bestrijden van luis bestaan verschillende middelen beschikbaar. Zoek van te voren op welk middel u het meest geschikt lijkt.

 

Wormen: Ook van wormen zijn er veel verschillende soorten. Vogels kunnen hier erg ziek van worden en uiteindelijk sterven. Dit kan bestreden worden door een ontwormingsmiddel te geven.

 

Coccidiose: Coccidiose is een ziekte die veel voorkomt onder zaadetende vogels. Het wordt veroorzaakt door eencellige parasieten die zich in de darmen van de vogel nestelen. Ze tasten de darmvlokken aan. Vogels kunnen hier dood aan gaan. Het is daarom belangrijk dat het zo snel mogelijk behandeld wordt. Dit kan met baycox, een speciaal middel tegen coccidiose.

 

Draaihalsziekte: Deze ziekte wordt veroorzaakt door het PHV 3 virus. Bij de vogel veroorzaakt het een aantasting aan het zenuwstelsel. Hierdoor verliest de vogel zijn evenwicht, gaat zijn nek krom staan en raakt hij verlamd. Ook wordt het maagdarmstelsel aangetast. Helaas zijn er nog geen medicijnen tegen deze ziekte. Het kan wel onder controle gehouden worden door minder eiwitten te voeren en vitamines door het water te doen. Daarbij kan een antibioticakuur gegeven worden.

 

Paramyxovirose: Dit wordt ook wel paramyx genoemd. Het wordt veroorzaakt door het paramyxovirus. De duif zal er door vermageren en veel drinken, waardoor de ontlasting dun wordt. Daarnaast krijgen ze zenuwverschijnselen, zoals draainekken met trillende kop. Ook gaan ze bijvoorbeeld naast het voer pikken als ze willen eten. Hier is geen medicijn voor. Wel kan een vaccinatie ook na besmetting de gevolgen beperken. Zorg ervoor dat besmette dieren gescheiden blijven van de rest.

 

Pokken: Duivenpokken worden veroorzaakt door een virus. Hierdoor ontstaan er bulten op de huid van de duif. Ze kunnen op het hele lichaam voorkomen. Het kan worden overgebracht door de duiven onderling, maar ook door muggen. Er bestaat geen medicijn voor. Zolang de duif kan blijven eten, kan hij genezen. Eet hij niet meer zelf doordat er bijvoorbeeld te veel pokken op of in de bek zitten, dan in dwangvoeren een optie. Het is erg besmettelijk, dus houd zieke dieren gescheiden van de rest. Er kan tegen de ziekte geënt worden.

 

’t Geel (Trichomoniase): ’t Geel wordt veroorzaakt door een parasiet. Het kan gele aanslag veroorzaken in de keel. Ook is de duif verzwakt. Er bestaat een medicijn voor. Het kan voorkomen worden door water regelmatig te verversen en ervoor te zorgen dat gezonde duiven niet in aanraking kunnen komen met besmette duiven.